|
|
|
|
DIGITAAL AANLEVEREN VAN WEDVLUCHTGEGEVENS.Op verzoek van de Algemene Ledenvergadering treft u hierbij een uiteenzetting aan betreffende het digitaal aanleveren van wedvluchtgegevens zowel na het inkorven en het afslaan van een wedvlucht. Door de invoering van de EC-systemen, de daarbij behorende software en de introductie van de computer binnen onze sport was de concoursveiligheid niet meer optimaal. Vooral het elektronisch aanleveren en de daarbij tot op dit moment gehanteerde werkwijze kon de concoursveiligheid in gevaar brengen. Dit was de laatste tijd dan ook een punt van discussie. Allereerst is het UDP-formaat aangepast en uitgebreid. Het UDP-formaat is een protocol om concoursgegevens in digitale vorm uitwisselbaar te maken tussen rekencentra. Het bestaat al enige jaren, maar is nu op basis van voortschrijdend inzicht, in nauwe samenwerking met de leveranciers van applicatiesoftware, geüpdate. Het UDP-formaat is bedoeld voor alle in digitale vorm aangeleverde concoursgegevens, dus ook voor de traditionele geklokte duiven die met een verenigingscomputer in digitale vorm worden omgezet. Een UDP-bestand bevat gegevens van één vlucht. Van deze vlucht zijn de gegevens van één of meerdere niveaus aanwezig. Dit hoeven niet noodzakelijkerwijs de gegevens van alle niveaus te zijn. In diverse stadia van een vlucht is het mogelijk de op dat moment beschikbare gegevens op te slaan in een UDP-bestand. Met andere woorden: de gegevens kunnen zowel betrekking hebben op een vlucht die ingemand maar nog niet gelost is, als op een vlucht die gelost is en waarvan de duiven geconstateerd zijn. Het UDP-formaat richt zich primair op het vastleggen van de wedvluchtgegevens die minimaal nodig zijn voor het reglementair uitrekenen van een concours. Ook biedt het UDP-formaat de mogelijkheid om indirecte wedvluchtgegevens op te nemen en onderling uit te wisselen. Historie Universele Digitale Poulebrief-formaat ofwel UDP-formaat.Het UDP-formaat is door de NPO vastgesteld. Er zijn twee versies van het UDP. Tot 2003 werd het UDP’99-formaat gebruikt. In 2004 is het UDP2004-formaat geintroduceerd. In 2005 is dat iets uitgebreid en aangepast tot het UDP2005 formaat. Sommige verouderde programma’s kunnen deze laatste versies niet aan.De naam van UDP-bestanden is sinds het UDP2004-formaat als volgt opgebouwd: SX990000.EXT S = Status: D =Deelname (na afsluiting inkorving), W = Wedvlucht (compleet met aankomsten). X = Vluchtsoort: V = Vitesse, M = Midfond, E = Eendaagse Fond, O = Overnacht-fond, J = Jonge Duiven, N = Natour. 99 = Vluchtnummer (eventueel binnen vluchtsoort). 0000 = Verenigingsnummer. EXT = Vaste extensie: UDP = universele digitale poulebrief, UDV = bijbehorend voorloopbestand (voorloopbrief). Het bovenstaande kan als volgt worden samengevat: De naam van een UDP-bestand eindigt altijd op ‘UDP’. Als er nog geen aankomsten beschikbaar zijn dan begint de naam met een ‘D’ (deelnamegegevens). Als het bestand wel aankomsten bevat dan begint de naam met een ‘W’ (wedvluchtgegevens). De gegevens van de geopende vlucht worden hierin weggeschreven. Er wordt automatisch ook nog een tweede bestand aangemaakt. Dit is de voorloopbrief. Hierin staan de belangrijkste zaken met betrekking tot het echte UDP-bestand nog even kort op een rijtje. De naam van dit bestand eindigt op ‘UDV’. Controlegetallen UDP. Ieder UDP-bestand bevat controlegetallen die een indicatie kunnen geven over eventuele wijziging (manipulatie) van de gegevens. Deze controlegetallen zijn ook opgenomen in de voorloopbrief en/of voorloopbestand (*.udv). Rekencentra dienen bij ieder deelnemend lokaal de controlegetallen uit het UDP-deelnamebestand (D*.udp en D*.udv), dat na afloop van het inkorven moet worden aangemaakt, te vergelijken met die uit het UDP-wedvluchtbestand (W*.udp en W*.udv) dat ook de aankomsten bevat. Hierbij mogen alleen de controlegetallen van de klokrecords en de duifrecords veranderd zijn. Vooral het ‘Controlegetal Inkorving’ is van belang. Dit geeft een indicatie met betrekking tot wijzigingen aan de inkorfgegevens van de drie eerstgetekende duiven van alle deelnemende liefhebbers Teneinde een zinnige controle te kunnen uitvoeren aan de hand van het ‘Controlegetal Inkorving’ is het noodzakelijk dat van alle deelnemers reeds bij inkorving de drie eerstgetekende duiven (1e, 2e en 3e getekende) zijn ingevoerd in de inkorfstaat. De procedure voor het digitaal aanleveren van wedvluchtgegevens bestaat dus uit de volgende disciplines:
De procedure na het inkorven is zo opgesteld dat bijna dezelfde handelingen moeten worden verricht, als reeds bekend na het afslaan. A. Digitaal beveiligen na inkorven Bij de ontwikkeling van de handmatige poulebrief is rekening gehouden met beveiliging van inkorfgegevens. Immers van het tweede blad werd de rechterzijde (ringnummers en poules) reeds met inkorven veilig gesteld om fraude te kunnen controleren. Dit uitgangspunt geldt ook voor digitale beveiliging. Elektronische klokken: uitlezen en/of handmatig de gegevens (alle poules en alle ringnummers) opslaan op de computer. Overige klokken: poules invoeren en de ringnummers van de eerste drie getekenden. (i.v.m. aangewezen kampioenen) Daarna kunnen de wedvluchtgegevens na het inkorven via e-mail of diskette worden verzonden naar het rekenbureau die deze gegevens apart veilig stelt. B. Digitaal inzenden na afslaan Na het afslaan worden alle concoursgegevens vastgelegd. Elektronische klokken: uitlezen en/of de gegevens (alle poules, alle tijden, alle ringnummers) opslaan op de computer. Overige klokken: poules zijn al ingevoerd, dus alleen de tijden aanvullen en de ringnummers van de duiven vierde getekende en lager die van belang zijn voor het concours. Via de digitale verzending naar het rekenbureau worden de gegevens vastgelegd voor de uitslagberekening. C. Digitaal controlesysteem Nadat na de wedvlucht alle digitale gegevens zijn aangemaakt en/of ingezonden, kan er een vergelijk worden gemaakt tussen de inkorf-gegevens en de wedvlucht-gegevens en mogelijke verschillen kunnen bij de betreffende organisatie worden gemeld middels een verschillenlijst. Hierop komt een melding op liefhebbersniveau indien:
Slot Voor de volledigheid vermelden we hier nogmaals de belangrijkste Reglementen die voor digitale aanlevering concoursgegevens in onze najaarsvergadering van 2004 zijn aangenomen en wijzen u erop, dat bij niet nakoming van deze reglementering uitsluiting van het concours tot gevolg kan hebben. Artikel 18 lid 5 betreffende verzending wedvluchtbescheiden na inkorving en na aanslaan. Voor Basisverenigingen die voor het verzenden van wedvluchtgegevens gebruik maken van e-mail of diskette gelden de volgende regels: a. de elektronische constateersystemen worden uitgelezen en de gegevens worden door middel van door Bestuur N.P.O. toegelaten software opgeslagen in de verenigingscomputer. Worden de elektronische systemenniet ingelezen dan dient men de handelwijze onder b. van dit artikel te volgen; b. alle poules en de ringnummers van de eerste drie getekende duiven die voorzien zijn van een gummiring, worden handmatig in de computer ingebracht; c. alle wedvluchtgegevens worden in een UDP-bestand op de dag van inkorving via e-mail of diskette aan de rekenaar.het rekenbureau gestuurd.
Artikel 19 lid 6 betreffende verzending wedvluchtbescheiden na afloop wedvlucht. Voor Basisverenigingen die voor het verzenden van wedvluchtgegevens gebruik maken van e-mail of diskette gelden de volgende regels: a. de elektronische constateersystemen worden uitgelezen en de gegevens worden door middel van door Bestuur N.P.O. toegelaten software opgeslagen in de verenigingscomputer. Worden de elektronische systemen niet ingelezen dan dient men de handelwijze onder b. en c. van dit artikel te volgen; b. de ringnummers en overige relevante gegevens van de vierde getekende duif en volgende, die voorzien zijn van een gummiring en van belang zijn voor de wedvlucht , worden handmatig in de verenigingscomputer ingebracht; c. de aankomsttijden van de duiven die van belang zijn voor de wedvlucht, worden handmatig in de verenigingscomputer ingebracht; d. alle wedvluchtgegevens worden in een UDP-bestand op de dag dat de wedvlucht afgelopen is via e-mail of diskette aan de rekenaar/het rekenbureau gestuurd.
Artikel 197 lid 2 betreffende door Bestuur N.P.O. toegelaten software voor elektronische constateersystemen. 2. Bestuur N.P.O. bepaalt welke versie van applicatiesoftware mag worden gebruikt door de Basisverenigingen. Betreffende de applicatiesoftware (eventueel combi-programma’s) kan het volgende worden opgemerkt: Inmiddels zijn voor vliegseizoen 2005 de versie’s voor 2005 van Das!2000 van Frans Huynen, WinVer en AutoKOn van Gerard van Balveren en PrSys van Cees Epping , Ecosys van de fa. Berver en Venira van Jack Janssen toegelaten. Indien eventuele bugs of andere kleine mankementen nog zullen worden geconstateerd, dan zullen deze door de betreffende programmeurs alsnog via een update worden verholpen en u op de hoogte worden gesteld. Last but not least zou ik nog een tweetal punten willen opmerken:
Bij sommige nieuw toegelaten software is deze voorziening al ingebracht.
Piet van Gils, secretaris NPO en Portefeuillehouder Klokken en Electronische systemen.
|
|